Daniël  Buren :  Een Fresco, Gabriella Cleuren, 2016

Daniël Buren : Een Fresco

Gabriella Cleuren

2016

De installatie in Bozar is een machtige logistieke verwezenlijking à la Buren. Wat een idee om de tentoongestelde werken uit te sparen om zo’n raster in de grote zaal te verwezenlijken die dan weer zijn werkelijk toonmoment in de zalen krijgt.  Bijna alle hedendaagse kunstenaars zijn in de rij opgenomen evenals verschillende modernen  zoals Monticelli, M. Chagall, Monet en Cezanne , Leger, Arp ,Picasso, Malevich, Rodchenko ( horizontale foto vertikaal )Fautrier , Brancusi,   een heel overzichtelijk gezelschap uit de kunstgeschiedenis volgend,  eerder dan degenen die hem beïnvloed hebben lijkt me. Het is eerder een  rusch door die geschiedenis met modernen en hedendaagsen gemengd . Maar het blijft een immense verwezenlijking die bewust maakt van de enorme planning die zulk grootschalig project vereist met esthetisch gevoel, natuurlijk niet zonder subsidie en enorme ondersteuning van de musea. Het is modern ondernemerschap.

Ook bij de hedendaagse kunstenaars, 70tiger 80tiger 90tiger vind je vaak diezelfde systematiek terug van vooraf definiëren dan concequent uitvoeren zoals dat in bedrijven vandaag terug te vinden is : een concept. Beuys, met Joyce , Stanley Brow met zijn 10x10x10, On Kawara met zijn noties van data en Carl André met 19 steel Cardinal . Het uitgevoerde stelt dan niet zoveel voor en is slechts een voorbeeld (illustratie)  van uitvoering .Het opent natuurlijk de blik voor een andere benadering.  Logistiek overheerst,  emotie is hier niet meer op zijn plaats , maar komt  wel nog bij de modernen aan bod . Het historisch overzicht rukt de ontwikkeling van de kunst naar onze tijd in het bewustzijn en misschien ook gekoppeld daaraan de ontwikkeling in onze maatschappij. Natuurlijk is dit maar een segment ervan. Er zijn nog vele andere benaderingen , maar doen ze er in de kunst toe? Zijn ze museumsrijp :  hebben ze hun competente ,  eisende vertegenwoordigers , die hun verblijf daar kunnen afdwingen? Vinden ze hun reflex in de maatschappij? Of bepaalt een intellectuele elite met een bepaalde voorkeur wat waardevol hoort te zijn? Is het altiijd kunst ?

Zelf vond ik Gerard Richter, met stadtbild ( een andere benadering v.d. stad) , Broodthaers met poèmes industriels en Côme Mosta-Heirt met zwarte latjes als taal (2 of 3 gevarieerde  componenten) intererssant , Frank Scurti met Sunshine een ronde koperplaat  , Raymond Hains (Festival Helsinki) , Hantai met zijn vouwschildering het toeval gebruikend en Janis Kounellis met verzameld oud hout in kast bovenaan : interessant en mooi.

Ook Richard Long vind ik verdienstelijk in het onze ogen openen voor bepaalde constellaties van   landart , boeiend garrangeerd door hem. Michel François met zijn Froissé , 2 blinkende staalplaten als ornament .. Toch een  artistieke  verwijzing naar veelgebruikt materiaal in onze maatschappij.

Anish Capoor : met zijn typisch paars coloriet , heel herkenbaar

 

Back to Publications