Biënnale van de schilderkunst : Museum Dhondt-Dhaenens en Raveelmuseum., Gabriella Cleuren, 2012

Biënnale van de schilderkunst : Museum Dhondt-Dhaenens en Raveelmuseum.

Gabriella Cleuren

2012

Bij mijn bezoek aan de hierboven genoemde musea springt  het églomiséachtige werk van  Florin Mitroi een Roemeen, onmiddellijk in mijn oog, met zijn sobere stijl, schrale kleuren, vlijmscherpe vormen, een collage met bijlen en steekwapens in goud, verguld verraad. Zeer eigen, sterk werk in zijn doorlichting van de mens die het niet laten kan anderen naar het leven te staan, te kwellen en te vernietigen, of het licht in hun ogen niet verdraagt. Het leed weerspiegelt zich op het gezicht van het slachtoffer met hangende ogen, een mond die zijn gezicht doorsnijdt als een mes. Het kleine, grote werk raakt onmiddellijk, is uitermate origineel, emotioneel geladen en spreekt mij met zijn eenvoudige attributen scherp aan.

Het pasteuze werk van Appel met zijn abstract expressionistische visie herinnert aan W. De Kooning. In ‘A cry in the night’ duikt eveneens een steekwapen op en wordt de bedreigende duisternis van de nacht neergezet. Machtige gestuele kunst met een fantastisch coloriet. Tribal Chief heeft oergermaaanse allures.

Paula Rego

In de 2e zaal links ontmoet je de machtige zelfbewuste vrouwen, sterk, van een bevreemdende soort elegantie, zwaar, in zichzelf rustend in zwart, Degas’ invloed met eigen Portugese interpretaties, wat grotesk. De figuren zijn naar model getekend, realistisch, maar gecomponeerd. Ze hebben klassieke materiaaluitstraling. Het leder en satijn reflecteert zijn specifieke eigenschappen zoals bij oude meesters. De vierkante grote formaten laten denken aan Francis Bacon en de zware modellen ogen naar Freud. De invloeden van haar tijdgenoteen zijn niet te ontkennen.

Francis Alÿs, een in Mexico levende Belg geeft uiting aan snel voorbijgaande levenssituaties . Zijn gekalkeerde haast onzichtbare figuren uit tijdschrift of foto’s, een ontmoeting van een jongen en een meisje zijn rond een stoel gecomponeerd. Het is zien, vinden en voorbijgaan of niet samen kunnen zijn (gesneden papier met opening in 2 stukken). Het vluchtige, snel voorbijgaande wordt even zichtbaar in het doorzichtige materiaal. Zijn Bolero zijn  filmische rijen van acteurs.

Neo Rauch schildert fantasieën, dagdromen.

Platz : tuiniers snoeien bomen die ogen als  levende wezens. Zij hebben zelfs een gezicht. Hij hanteert een realistische vormentaal, maar kleur en inhoud zijn gefantaseerd. Zijn werk oogt op het eerste zicht als propagandaplakaat uit de communistische tijd. In zijn duet gebruikt hij beelden als uit een oude tijd van Pruisen. Maar de schampere inhoud is me niet ontgaan. De figuren zingen alleen voor zichzelf en zijn in zich gekeerd. Er is geen sprake van samenzang. Ieder is met zichzelf bezig. Mooie metafoor voor de mens. Processie  in een bizar landschap met een flamencodanseres ter vervanging van het religieuze Mariabeeld en zeer gevarieerde dragers. Het zijn gefantaseerde beelden, verzonnen creaties met een vermenging van heden en verleden, bestaande in een andere tijd : verwisseling van tijd (in de attributen) en plaats.

Het werk van Elisabeth Peyton dat ik reeds lang kende, gebruikt beroemde figuren uit onze tijd. Het aanbidden en vereren ervan heeft traditie in het Westen vooral bij jonge mensen. Ik zie het als een hedendaagse versie van heldenverering. Jongeren hebben rolmodellen nodig. Daaraan voldoet ze. Haar schildering is vrij, in aquarelachtige toetsen. Haar onbekende modellen lijken vertrouwden. Haar coloriet is verfijnd, wasachtig. Haar modellen vaak androgyn, zeer eigentijds met de accessoires van glamour : dandyjasje, grote zonnebril, rode lippenstift, modieuze haarstijl en kleding zoals Fred Hughen, Elisabeth Arden en Georgia O’Keeffe : beroemdheden uit een verschillende achtergrond, samen gecomponeerd als vriendinnen in een vertrouwde omgeving. Vooral de verfijning waarmee ze haar figuren fragiel neerzet, als hedendaagse, levensechte porceleinen poppetjes heeft sensuele kwaliteiten. Zij hanteert een bijzonder coloriet en zet een jong, eigentijds accent.

Robert Devriendts werk is apart. Zijn schilderwijze is fotografisch, miniaturistisch, maar je vindt de inhoud tussen de dingen : requisieten van een misdaad, relicten van passionele moorden en bezetenheid die zo gesuggereerd worden, zeer geladen tussen de regels, ambachtelijk perfect.

In het Raveelmuseum vind ik het werk van Marlene Dumas schitterend, geladen, sober, expressief, vol suggestieve onschuld. Zeer bijzonder werk evenals de eenzaamheid van Spilliaert met het kleine meisje , verloren in een sobere kale kamer met gapende opening achteraan, leger dan leeg, koud. De eenzaamheid, verlatenheid sterk neergezet in dit beeld waarin alleen het kind een kleuraccent is, een verloren stip in een spookachtige ruimte. Een compositorisch meesterwerk met alle lijnen van de plankenvloer die in de verte naar het kind wijzen.

Michaël Borremans ‘Heureux’ : een jong meisje, zeer wasachtig geschilderd en door de entourage van spatten, vlekken, vuil van een slechte omgeving in de omkadering, suggestief, niet ‘heureux’ maar ‘malheureux’,  het omgekeerde. Zo wordt de inhoud objektachtig verworven.

Ellen de Meuter’s werk veroorzaakt bij mij een shock. Het is de hedendaagse tragiek van weglopen, het leven de rug toekeren, het misschien zelfs afbreken. Het suggereert wanhoop, vertwijfeling, verval en nihilisme. Haar titels zijn wrang. Het gaat om de vertwijfeling van jonge mensen in deze tijd, in uitzichtloosheid. Vooral die werken met een menselijke dimensie, dramatisch soms, boeien me. Het werd hier in een beeld gegoten, in kleur en vorm gezet. Wat is de graad van de suggestie en uitstraling? Wat gebeurt er met je als je het werk ziet?

 

Back to Publications