Twee koffers vol van Carl Friedman : een boekbespreking, Gabriella Cleuren, 2017

Twee koffers vol van Carl Friedman : een boekbespreking

Gabriella Cleuren

2017

Een boek over de geplogenheden en strikte toepassing van regels door de chassidische Joden , die hun hele leven aan banden legt.Hun wereld is eng , met weinig openheid naar andere opvatingen. Het interesseert hen zelfs niet.

Het gezin is belangrijk en de taak van de man en de vrouw zijn strikt gescheiden, nauwkeurig bepaald. De gezinsvader hier is streng, koel, soms onmenselijk, maar houdt toch van zijn kinderen. Hun wereld is bevolkt door wetten uit  oude religieuze boeken en pesterijen naar hun gevoelig jongere broertje Simcha die maar niet zindelijk wordt.

De schijfster spit in de filosofie om haar eigen existentieële vragen te beantwoorden en houdt gesprekken over moraal en waarom joden zo gehaat worden, met een oude vriend van haar vader (Joods).Ze zijn gewoon de zondebokken van de wereld omdat ze anders durven te zijn. Hoe gaan ze daarmee om?  Door te buigen, de prijs om zichzelf te kunnen blijven., dat geven ze nooit op. De schrijfster is onverzettelijk . Ze hebben een eigenaardige karaktertrek , een spagaat : het laveren tussen uitverkiezing en uitroeiing : het joodse identiteitsconflict, inherent aan henzelf.

De schrijfster ziet God als een creatie van de geest tegen de eenzaamheid. Het is ook het aanboren van innerlijke kracht : zelfoplading, illusie die ze zelf in stand houden met rituelen om overeind te blijven, het leven door te komen, de zingeving ervan, eraan.

De rituelen ( bidden) met riemen rond de arm gebonden en een huis op het voorhoofd (te zien bij  Chagal) zijn troostende gebaren richting naar het hart.

De vraag : ’ Hoe ga je om met macht en onrecht ? ’ wordt hier gesteld.

Wij worden geduld met onze eigenaardigheden. Verdragen is de prijs die je betaalt om te blijven wie je bent. Verlossing in ruil voor kritisch denken is erg joods .

Het liefdevolle , de warmhartigheid bij joden onderling komt ook hier naar voren als de warme genegenheid en inspanning die de schrijfster levert voor het verstoten kind. Ook de bewondering voor de nauwgezetheid bij haar taak en spiritualiteit van de moeder ( vrouw ) en haar onafhankelijkheid in de waardering van de oppas bij verwijten van haar man als het kind verdronken is. Zij begrijpt de liefdevolle toemadering tot Simcha van haar hulp.  

Back to Publications